Outdoor “rampen”

2 jaar na de Sierra Nevada ramp   uit Oppad

Het artikel ‘Twee jaar na de Sierra Nevada-ramp’ in Op Pad 7/2006 (zie oppad.nl) heeft een aantal reacties opgeleverd. Onderstaand het artikel en enkele ingezonden brieven bieden een belangrijke inhoudelijke aanvullingen op het artikel.
Tjeerd Visser, redacteur

Beste redactie,In Op Pad nummer 7 plaatsten jullie een onderzoek naar de opleidingssituatie van Nederlandse reisbegeleiders na het tragische ongeval in de Sierra Nevada. Een belangrijke conclusie is dat binnen de branche wel veel gepraat is over mogelijke professionalisering van reisbegeleiders, maar dat concrete stappen richting eenduidige opleiding en certificering zijn uitgebleven. Bovendien merken twee Nederlandse berggidsen op dat certificering ook van beperkte waarde is, omdat in de Alpenlanden ‘ongebaand terrein en sneeuw’ onverminderd het terrein van de gediplomeerde berggids is.
Ik mis hier echter de opleiding tot Mountainleader 1 (Accompagnateur en moyenne montagne in het Frans, Wanderleiter in het Duits). Deze opleiding, die in verschillende landen wordt aangeboden, biedt de begeleiders van commerciële wandelreizen en trektochten wel degelijk een Europees erkend diploma. Die erkenning komt van de Union of International Mountain Leaders Associations. Voor meer info: zie de Britse site www.baiml.org. Ik heb zelf in Zwitserland net het eerste jaar van deze opleiding met succes afgerond. De tweejarige mountainleader-opleiding bestaat uit veiligheidsvakken (weerkunde, oriëntatie, tochtenplanning, veilig gaan door diverse soorten terrein en eerstehulp) en vakken gericht op kennis van de bergwereld (zoals flora, fauna en geologie). De erkende mountainleader mag klanten – anders dan het artikel suggereert – wel degelijk meenemen over ongebaand terrein en sneeuwvelden. Gletsjers, Klettersteigs en alle activiteiten waar ‘klimmen’ bij komt kijken, blijven echter voorbehouden aan berggidsen. Meer info vind je op www.wanderleiter.ch (klik op: wanderleiterschule).
Reisorganisaties en reisbegeleiders zullen er rekening mee moeten houden dat zeker in de Alpenlanden de wetgeving voor het (commercieel) begeleiden van wandelingen en trektochten steeds stringenter wordt. De enige verantwoorde oplossing is daarom het aanbieden van tochten met Europees gecertificeerde reisleiders.
Tot slot wil ik graag onder de aandacht brengen dat ik ter afronding van mijn opleiding een onderzoek ga doen naar de wenselijkheid en haalbaarheid van een Nederlandse mountainleader opleiding. Belangstellenden die hieraan mee willen werken, vraag ik een mail te sturen naar acevangalen@hetnet.nl

Anne van Galen, Heeze.

Beste redactie,Jullie artikel ‘twee jaar na de Sierra Nevada ramp’ wekt op zijn sympatiekst gezegd redelijk wat verbazing, want in tegenstelling tot jullie conclusie worden er wel degelijk opleidingen aangeboden waar reisbegeleiders het vak kunnen leren! In Noord Amerika (Canada/Verenigde Staten) en Europa worden door verschillende instituten namelijk zogenaamde Wilderness Guide Trainingen aangeboden. Elk instituut geeft zijn eigen certificaat uit en heeft zijn eigen programma. Sinds 2001 biedt het Nederlands/Canadese Taku Adventures zo’n gidsenopleiding/Wilderness Guide Training (IWG) aan. Het doel van deze opleidingen is om een allround gids op te leiden die onder àlle (extreme) omstandigheden in de meest uiteenlopende (afgelegen) gebieden een groep op een veilige manier kan leiden. Veiligheid en reddingstechnieken lopen daarom als een rode draad door de opleiding. Het begrip wildernis omvat gebergten, wouden, wateren etc., ver van de bewoonde wereld, waar de gids op zichzelf en zijn kennis en vaardigheden is aangewezen. De nadruk ligt op expedities te voet en per kano, kajak en raft, maar denk ook aan het gebruik van hondensleeën, sneeuwschoenwandelen en paardrijden. In het toerisme zijn dit de meest populaire vormen van verplaatsen in de natuur, en juist in die sector zijn in het verleden veel (dodelijke) ongevallen gebeurd. Het ongeluk in de Sierra Nevada is daar slechts één voorbeeld van. De kosten van een IWG-opleiding variëren van $6.000,- tot $14.000,- Canadese dollars (excl. of inclusief huisvesting, voeding, vliegtickets). Voor de opleiding staat drie jaar, maar ervaren studenten kunnen het in de populaire 100 dagen periode volgen (zo worden minder werkseizoenen gemist). De training is fysiek en mentaal zwaar. Om de kans van slagen zo groot mogelijk te maken moet de student een intaketest afleggen welke bestaat uit kano- en kajakvaardigheden, een conditie test en een schriftelijke wiskundige test (havo-niveau). Voorts moet de student buitensportervaring kunnen aantonen. Onze opleiding vindt plaats in de reusachtige onbewoonde wildernissen (zo groot als half Europa) van Brits Columbia, Canada. In Europa zal hoogstens in Scandinavië ruimte zijn voor een dergelijke training. Kortom een Wilderness Guide kan voor de meest uiteenlopende tochten ingezet worden, zelfs voor een eenvoudige wandeling…

Bart de Haas
www.takuadventures.nl

Hallo Op Pad,Graag reageer ik op het artikel ‘Twee jaar na de Sierra Nevada-ramp’ in Op Pad 7. De stelling in de allereerste alinea, ‘Twee jaar later is er nog steeds geen degelijke opleiding waar reisbegeleiders het vak kunnen leren’, is namelijk onjuist!
Surf naar www.duurzaamtoerisme.info en je komt op de site van de opleiding tot Ecotoeristisch reisleider/Outdoor coach aan de Hogeschool Utrecht. Dit is een zogenaamde HBO-minor opleiding van een half jaar (voltijd) of jaar (deeltijd). Centraal in de opleiding staat het verantwoord en duurzaam omgaan met de natuur, naast de organisatorische kant van een reis en de veiligheid van de deelnemers. Een praktijkstage is bij de opleiding inbegrepen en na afloop is de student opgeleid tot zowel reisleider als reisontwikkelaar, twee functies die bij reisorganisaties vaak door verschillende mensen worden uitgeoefend. Een andere kwalitatief goede opleiding die in Nederland wordt aangeboden is Outdoor Management van de Hanzehogeschool Groningen in samenwerking met het ROC Zeeland (zie www.outdoormanagement.nl).
Verder bewandelt het artikel twee sporen: het algemene spoor van de organisatie van buitensportbedrijven, en het subspoor van de competentieproblematiek tussen reisleiders en gidsen in de bergen. Keer op keer lijken bergen, en echt niet alléén in op Pad, een synoniem voor buitensport, terwijl ze, naast bijvoorbeeld het water en de wouden, slechts één van de buitensportdecors vormen. En net zoals je op een duikreis onder water een gediplomeerd duikinstructeur mag verwachten, behoort in de bergen tijdens je reis op de juiste plek de gediplomeerde berggids klaar te staan. Daarbuiten is de reisleider echter de aangewezen persoon. In een goede opleiding leer je dus ook waar de competentie van de reisleider ophoudt en die van de specifieke instructeur of gids begint. Of dat nu in de bergen is, op of onder het water of in de wildernis.
Wie nu aan z’n opleiding tot reisbegeleider begint, staat over een paar jaar vooraan. Tegen die tijd zullen er, zoals het artikel ook suggereert, Europese opleidingseisen worden gesteld aan de beroepsgroep ‘reisleider’. De Europese beroepsgroep- en opleidingseisen worden vertaald en beheerd door het NEN (Nederlands Normalisatie-instituut), en de relevante beroepsgroeporganisatie mag bepalen welke opleidingen dan wel of niet voldoen. Te zijner tijd een logische rol voor de ANVR, maar Cerbran zou ook in dat gat kunnen duiken. Hoe dan ook, ‘een reisbegeleider die z’n werk serieus neemt, investeert met name de komende jaren in zichzelf’. Met die conclusie ben ik het helemaal eens.

Cees Visser, bioloog en docent aan de Hogeschool Utrecht

Beste redactie, Naar aanleiding van artikelen in beide nummers toch nog mijn reactie, waar ik na nummer 7 nog even over twijfelde: prachtig dat er in Nederland en Europa nu meer nagedacht wordt over en meer regelgeving is en komt ten aanzien van het begeleiden van wandelingen in de bergen, maar hoe gaan we met dit alles om in de andere landen?
Ik ben reisbegeleidster voor een Nederlandse organisatie, heb vooral veel in de Andes gelopen en ook zelf tochten georganiseerd rond Cusco, Peru, waar ik zelf tien jaar gewoond heb. Enkele ervaringen van mij tijdens het begeleiden van groepen: in Peru (meer dan 10 jaar ervaring): lokale gidsen hebben niet altijd, maar wel vaak, een opleiding toerisme aan universiteit of instituut gehad van 4 of 5 jaar. Kennis en ervaring tav ehbo nihil, er zijn lessen in grote groepen waarbij je vrijwel nooit praktisch iets kan oefenen. Inzicht in risico’s eveneens zeer wisselend. Op de incatrail met zijn forse regelgeving moet men een ehbo set meenemen met oa verbanden, pleisters en flink wat pillen (die ze dus eigenlijk niet mogen geven, maar in Peru doe je dan niet moeilijk.) Verder moet er oa zuurstof en een reddingstouw mee. Op andere tochten is dat zelden het geval. Ikzelf nam op tochten altijd mijn eigen ehbo spullen en immer een gezadeld paard voor noodgevallen mee. In Peru is geen mobiel bereik in de bergen, vrijwel nergens een radiocontact mogelijk en bestaat er (behalve in Huaraz?) geen helicopter redding. Overigens, toen er in Cusco nog wel een helicopter was moest die contant enkele duizenden dollars vangen vóór überhaupt te vertrekken om iemand op te halen, dit ondanks garantie per fax van de verzekeringsmaatschappij (enkele jaren geleden meegemaakt).

Zou je al het geld hebben voor een satelliet telefoon dan moet je zorgen je eigen netwerk van mensen te kennen, vooral met een 4×4 auto, die dan indien nodig zovér mogelijk de bergen in komen. Op ambulances hoef je ook niet te rekenen, te slecht, geen spullen aan boord. Álle medische spullen moet je éérst zelf kopen voordat je geholpen wordt!
Kortom, je bent gewoon op jezelf aangewezen en eventuele handigheid van de reisbegeleider.


Suriname: (2 reizen) prima lokale gids tav kennis van het oerwoud, maar ehbo en risico’s inschatten bij bijvoorbeeld passeren van stroomversnellingen en beklimming Tebu topje uiterst nihil. Geen enkele ehbo spullen bij zich. Sommige Nederlandse organisaties laten groepen alléén met een lokale gids op pad gaan…


Chili, Torres del Paine (2 reizen begeleid): lokale gidsen redelijk geschoold, hadden wel íets bij zich. Vaste kampeerplekken hebben radio voor contact met reisbureau in Puerto Natales. Dat iemand met een hartinfarct het in mijn groep overleefde was puur geluk: met eigen bus wél snel naar de bewoonde wereld op 2 uur rijden, er was via reisbureau , politie en marine, mét toestemming van de verzekering een helicopter geregeld vanuit Punta Arenas, maar deze mocht vanwege de harde wind niet vliegen. Zo was de klant toch enkel aangewezen op wat pillen in Puerto Natales en kon pas enkele dagen later vervoerd worden. Van het park Torres is mij bekend dat (tot in ieder geval 2 jaar geleden) bij sommige Nederlandse organisaties de reisleider zonder lokale gids 5 dagen ging lopen.

In het algemeen realiseren klanten zich absoluut niet wat de eventuele risico’s zijn. Men verwacht van jou als reisbegeleider dat je wel ‘even snel’ wat regelt, een soort 112 bellen of een taxi regelen oid. (letterlijk gehoord in een kampement in de vallei van Lares, waar geen auto de kampementen kan bereiken)
Wellicht kunnen we mensen informeren over de grote verschillen in diverse landen/continenten.
O ja, en het invoeren van routes op een GPS lijkt me ook niet geheel zonder risico’s: in Ecuador en Peru heb ik gemerkt dat ze het niet altijd doen en bovendien kan er in de Andes van het ene op andere moment een stuk berg of pad zijn verdwenen, vooral in de regentijd, waardoor een route niet meer betrouwbaar is en er veel kans op ongelukken kan zijn.

vriendelijke groet,
Dineke Veerman
dineke_veerman@hotmail.com
Al met Al

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.