IWG deel 3

De eerste week wordt benut om de Outdoor groep alle nodige informatie bij te brengen en de kneepjes van het varen met kano en / of kayak.  Ook de reddingen technieken bijgebracht. Er zou er eens eentje omslaan……. Natuurlijk moeten wij als GIO’s ook laten zien dat we het geven van de theorie lessen beheersen waarbij natuurlijk ook zichtbaar wordt of je het zelf wel weet.

Vervolgens werd de 15-daagse tocht voorbereid. Alle mee te nemen materialen geselecteerd, en van elke deelnemers en onszelf gecheckt of iedereen alles heeft en niet te veel.

Daarna alle benodigdheden inpakken op transport naar de Atlin haven (4km) naar het watervliegtuig.  Daarna  vliegt de ons inmiddels bekende piloot Chris ons met 6 man + bagage tegelijk in ca 45 min naar Langorse Lake. ‘n meertje van ca 4 km lang ca 75 km oostelijk van Atlin. Met alleen natte voeten redden we het om aan land te komen. Nadat we als 2e vliegtuiglading wachten op de 3e en laatste vlucht vertrekken we direkt. De eerste groep ging al direct na onze aankomst weg.

De eerste etappe is al gelijk een fikse klim van 600 meter door dichte bossen tot net boven de boomgrens. De toon is gezet. Een pittige tocht door lastig terrein dat ook nog eens bergop ging. De toonzetting met name voor de Outdoormensen. De overigen kennen dit al ruimschoots We komen aan bij een bergmeertje dat een geweldige maar ook koude kampplek biedt. Snel vuur maken, tent uit gooien en opzetten. Middels mobilofoon geven we onze positie door en horen we dat we geen goede beervrije plek hebben. Bart heeft hier al 2 keer gelogeerd en 2 keer bezoek gehad. Beren maken geen vergissingen en komen terug. Dus verhuizen naar de andere groep  1 km verder.

Zo trekken we 5 dagen verder van vaste kampplek naar kampplek. Zo’n plek is overigens niet meer dan een omgeving welke geschikt is om een kamp te maken en een cirkel van stenen ca 70 cm doorsnede voor het kampvuur zodat niet telkenmale en overal nieuwe kampvuren moeten worden gemaakt. De ligging is echter altijd goed. Hoog genoeg om niet door water verrast te worden, enigszins uit de ZW-wind, hout in de buurt, niet op een wildwissel, beren route etc.

We trekken eerst over de bergrug van Mnt Mc Master. Daarna Laurie Range en vervolgens Johnson Range. Na elke bergrug, door de pas, kom je automisch weer door een dal met een rivier, een bedding en het dal zelf. Dat dal betekent altijd wilgen en dat zijn altijd lastige trajecten. Over een kilometer ben je zomaar 2 uur bezig als er weinig zicht is en je geen goede trail vind.

De 2e dag loop ik fikse blaren op onder m’n beide grote tenen. Eigenlijk nooit last van. ‘s Avonds ‘n compeed erop. Dag 3 weer een flinke bergloop, welke ik als gids doe,  hetgeen voor m’n blaren niet goed is geweest. Er komen onder de blaren nieuwe bloedblaren. Omdat na deze 3 dagen al een der Outdoormensen uitgeput begint te raken vragen de instrcuteurs me of ik met hem, gezien mijn en zijn toestand, naar Warm Bay wil lopen. Dat weiger ik prompt, dus gaat Martijn dat doen. Achteraf niet erg slim van mij. De 4e dag loop ik door waarbij ik als toeziend gids een der Outdoor mensen (Maarten) het voortouw laten nemen. Dat gaat op zich goed. De blaren loop ik echter stuk, open wonden in natte sokken en schoenen. Hier moet ik voor bloedvergiftiging  waken. Bart verzorgd de blaren. De volgende ochtend, dag 5, loopt het echter dermate slecht dat ik de instructeurs voorstel niet boven langs Johnson Range, maar de route onderlangs ga volgen. Zo’n dikke 25 km loop ik in m’n eentje, om tenslotte toch minder belastend in Warm Bay aan te komen. Daarna tijdens ‘t varen krijgen m’n voeten rust neem ik aan.   

Deze laatste trekdag kom ik dus aan op Warm Bay. ‘n Dag later de rest van de groep ook. “Bron”  is een grote naam voor een bronnetje met een doorsnede van 5 meter waar zwavelhoudend water van ca. 10 graden in zit, warm gehouden door warme zwavelhoudende luchtbellen. De hele omgeving is echter moerassig met een vieze leemachtige brij.

Een der Outdoortoeristen heeft tot hier, Warm Bay, geboekt. Geen tijd meer en moet dus terug naar Atlin. Warm Bay is precies tot waar de 150 km lange weg vanaf Jakes Corner naar het zuiden doodloopt en op 25 km vanaf Atlin. De kajaks en kano’s liggen hier klaar en Barts auto staat er bij ‘n huisje, het laatste aan deze weg, van een vriend Steven met een biologische boerderijtje en vrouw. Dus Bart brengt Michiel weg en neemt heel onpasselijk wat Hamburgers mee terug.

Van hieruit gaan we het water op. 7 dagen varen op het grote meer.

Een prachtige ervaring, maar ook een om te huiveren als het gaat waaien. Een dag hadden we windkracht 4-5 op kop. Dat wil je eigenlijk niet meemaken. Wat een afzien maar eigenlijk wel een goede blijkbaar noodzakelijke ervaring. Beter nu dan op een moment dat je zelf met mensen onderweg bent.   (Eigenlijk waren we dat nu ook, alleen dit waren goed getrainde GIO’s. Bart vond kennelijk dat we allen deze ervaring verdienden voor onze passiviteit! )

Vanuit Warm Bay leek het een redelijke dag te worden. We moeten naar Anderson Bay en rusten even op het eiland in Pike Bay. Het eerste stuk gaat goed echter we hadden als gidsen al beter op het weer moeten letten. ‘t Zonnetje schijnt en dat is op Lake Atlin de basis voor trammelant. Op het eilandje in Pike Bay aangekomen lijkt er niets aan de hand. We meren aan, beer inspektie en gereed maken voor ‘n lunch boven op de rots. We zitten een minuut en voelen een koud windje in de rug over de rotspunt heen trekken. We zien ook groep 2 aankomen die 10 min later arriveren. Bart blijft in de kajak , hij lijkt wat te treuzelen. Iedereen trekt de kant op. Hij roept nog eens dat de wind aantrekt. Na ongeveer 1 min zegt hij dat hij naar Anderson Bay doorvaart. Op dat moment beginnen bij mij de alarmbellen te rinkelen. Ik zeg tegen de gids van de dag van onze groep dat we voort moeten maken en zien dat we de kanoe weer inkomen. De wind trekt al wat harder aan. We hebben normaal gesproken nog zeker 1 uur 30 te gaan. Inderdaad geeft Jolien ‘t sein van vertrekken. Direkt nadat we weer om de hoek van het eiland zijn begrijpen we Bart’s signalen. ‘n Straffe windkracht 4 a 5 op kop. Gelukkig steil op kop en niet onder 45 graden. Daar beuken we 2,5 uur tegen in. Er komt haast geen einde aan. Ik snap gelijk de “strafexpeditie” van Bart. Hij wist dat dit komen ging en heeft ons voor de onoplettendheid en de passieve houding laten “bloeden”. ‘t Had natuurlijk erger gekund maar hij wist dat het haalbaar was maar pittig.  Iemand had moeten zeggen, na het eilandje, om uit de wind op de dichts bijzijnde kust een overnachtingsplek te zoeken. Zeker met onervaren “toeristen”.

De 2e dag wordt benut om Mount McCallum te beklimmen. Ik blijf achter bij enkelen die niet meegaan wegens m’n voetblessure (grote blaren onder m’n beide grote tenen en een ontsteking op m’n wreef als gevolg van een wond door een rotspunt.)

Dag 3 varen we naar Janus Point en richten een kamp in in de luwte van een kleine baai. Rustig weer met vlak water.

Dag 4. Ik ben inmiddels als gids, voor 2 dagen,  aangesteld van de ene groep. De oversteek, over Lake Atlin, naar Copper Island. Ik zie ‘s ochtends geen enkel probleem. Vlak water vrijwel zonder wind. ‘n Kaarsrechte koers naar een plek aan de overzijde en een afstand van zo’n 5 km. Eitje, alhoewel de overzijde niet precies is te onderscheiden. Op 5 km 1 graad mis zitten is toch al gauw  een heel eind, zeker als de oever niet haaks op de vaarrichting ligt. Maar zover ik uit de kaartstudie weet is het een eilandje voor de kust en misschien een schiereilandje.  Op het laatste moment wordt de opdracht gewijzigd: Geen GPS of kaarten gebruiken alleen kompas. Dat blijkt geen probleem. We komen op zo’n 50 meter nauwkeurig uit. ‘t Schiereilandje herken ik nog vanuit de kaartstudie. Ik zoek de kampplaats alleen aan de zuidkant ipv de noordzijde. Daar vind ik er ook een campsite doch de goede moest toch aan de noordzijde liggen. Dat duurde even maar met een hint komen we aan op de juiste kampplek.

‘s Middags nog een bergreddingsactie. Bart en Hotze waren van ‘t rif gevallen en lagen bijna onderin. Alhoewel de reddings operatie snel en goed verliep vond men m’n leiding niet duidelijk aanwezig. ‘t Militaire bevels karakter past idd niet zo bij mij.

Dag 5. Route naar Teresa Island South. Prachtige route met zeker in het begin ‘n spiegelglad water oppervlak met een geweldig panorama. Je vaart werkelijk onderlangs de rondom uit het water oprijzende bergen.

De groep weet de route ook na de briefing en is alvast op pad. Iedereen geniet. Ik maak nog wat plaatjes.

Na aankomst op Teresa Island voel ik dat er nog een actie komt. Bart heeft z’n wetsuite nog aan. In tegenstelling tot ‘n water actie wordt het een vermissing. Dirk is weg. Ik denk heeft ie me nog verrast!. Ik krijg de leiding over de Search & Resque. Dat begin ik dan ook te organiseren. Op het moment ik op linie het bos in wil gaan klinkt er een brul op het water. Bart is in z’n kajak omgeslagen zo’n 500 meter van de kant. Ik stuur 4 man het water op voor de reddings actie o.l.v. Martijn. Ik bedenk me dat ik nu er meerdere dingen lopen, er kan nog een melding komen, ik niet met de S+R het bos in kan gaan. Dus geef ik Mark opdracht voorde S+R. Beide zaken lopen snel goed af. Bart wordt gered en Dirk snel gevonden. Toch blijkt achteraf dat ik het bos in had moeten gaan met leiding aan de S+R. Verkeerde inschatting dus. Conclusie is dat men mij nog niet als leider van een actie heeft gezien. Dus worden er nog 2 acties voorbereid voor de volgende dag. Het zit me niet lekker. Het zal toch niet……

Dag 6. Varen naar Cabin Miss Boo.Mark is gids.

Bart heeft z’n wet suite weer aan en vaart achter ons. Ik verwacht tegen het eind van de kanotocht wel iets. Niets is minder waar. Midden op Torres Channel een brul achter me. Op ca 300 meter achter me is Bart omgeslagen. Ik heb natuurlijk de leiding voor de redding. Met 3 canoe’s erheen zo hard we kunnen. De andere helft van de groep stuur ik naar de overkant om vuur maken om te verwarmen bij onderkoeling. Aangekomen bij de drenkeling grijpt Johan, die voorin m’n canoe zit, Bart bij z’n zwemvest (op mijn “bevel”). We leggen 2 canoe’s tegen elkaar een catamaran vormend. Ik ga staan en trek met een gigantische ruk Bart uit het water in onze canoe. Ik vertel hem nog dat hij zich niet moet bewegen omdat ik anders een paddel op z’n kop kapot sla. Ik denk dat ie mij geloofde. Hij heeft nog wel eens de neiging om nog een keer te gaan en wellicht ook onze canoe mee te nemen. Hij heeft zich echter niet bewogen en houdt ook z’n kaken op elkaar….. De andere canoe heb ik opdracht gegeven om Bart’s kajak mee te nemen samen met de andere in het water drijvende spullen. Wij paddelen in hoog tempo naar de overkant. Bart opwarmen want hij heeft het inmiddels goed koud en warme bouillon gegeven. Hij geeft ergens tussendoor ‘n seintje met de duim omhoog dat het perfect en snel ging. Pak van m’n hart toch wel. Over zo’n redding heb ik me echter ook geen zorgen gemaakt. Er kunnen moeilijker opdrachten zijn.

Na 2 uur verder paddelen krijg ik en passant de opdracht om Hfd. Logistiek te zijn na aankomst in Atlin tot en met de inlevering van alle materialen. Inderdaad ook een eitje.  Daarmee wist ik ook dat het goed zat.

Bij Miss Boo aangekomen blijkt er dus een beer te zitten.

Hiernaast de cabin van Miss Boo, aan de westzijde  van Torres Channal. Hier leefde zij jarenlang in haar eentje na een lange carrière als professor aan de Toronto University. Haar dochter komt hier nu incidenteel.

Bij de inspectie na aankomst ontdekten we duidelijke verse beresporen en een hele rits beertrap’s welke dochterlief al had aangebracht. Blijkbaar kwamen die beestjes hier vaker op bezoek terwijl zij er ook was. Dus niet primair een plek om te overnachten. Dat is vragen om problemen.

Geen goede kampplek dus. Doorvaren naar Teresa Island North. Na de tent te hebben opgezet, eerst samen gegeten, en na enkele onderzoeken van het Lake Atlin dus besloten om door te varen.

We komen uitgelaten aan. Voor de GIO’s zitten 100 dagen opleiding er in feite op. De outdoor groep is ook blij met de terugkomst in Atlin.  De inzameling van de spullen loopt voorspoedig. Alles ligt met enkele uren, schoon en droog, voorzien van opmerkelijkheden (beschadigingen, benodigde reparaties of missing parts) ingepakt weer in het rek.

De evaluatie verloopt positief en de dag erna dient het vertrek naar Whitehorse met chauffeur George van de Atlin Express zich alweer aan.

Afscheid van Atlin. Zie ik het nog eens terug……..? 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

My world of Adventure