Beltrum 1998

Voorstel was: Als team meedoen in de Survival van Beltrum jan. 1998. Na even rondbellen enkele enthousiastelingen zover gekregen om de lycra broek aan te trekken..

Henk Griemelink, Jan Gerritsen en Leo Slütter. 

vlnr: Henk Griemelink, Johan Pegge (begeleiding) en Leo Slütter. Jan Gerritsen hangt in de hindernis en we volgen eea met grote belangstelling.
De Pinnekes brug. In deze versie was het toucheren van de touwen nog toegestaan.
Samen in de canoe. vlnr.   Leo Slutter, Jan Gerritsen en Henk Griemelink. ‘t Stukje op de Slinge. Wist ik veel dat de stuurman achterin zat. 1 x rechts en 2x links paddelen.
Jan staat nog even te kijken: Hoe moet dat? Ik had ‘t al eens eerder bij de hakken gehad. De dubbele catcrawl. Altijd even goed inschatten over welke 2 touwen je de meest balans hebt. Dus de meest linkse.  Deze hindernis heb ik er zelf ingeknoopt toen dus ik wist het.
En dan op weg naar de overkant. Jan probeert de rechter  route.
Henk volgt de oude rot.
Een der laatste hindernissen op ‘t finish terrein.
De charme van de survival run: Behoorlijk uitgewoond aan de finish. Dat was een halve run dus ik kon nog juist de tas in de auto krijgen.

Mijn hardloop opstart

Vanaf m´n prilste voetbaljeugd, eerder dan 10 jaar mocht je niet beginnen, had ´t voetballen steeds de voorkeur boven andere sporten. 

Voor zwemmen of wateractiviteiten was ik ook te vinden. Zwemles zat niet in ‘t  opvoedingpakket maar dat heb ik mezelf, zo goed en kwaad als het ging, eigen gemaakt. In het ondiepe, in het Groenlose buitenbad, op het diepst (1,80 mtr), proberen met iets wat op schoolslag leek. Toen schielijk in het diepe springen en een steeds langer stukje naar het trapje “zwemmen”, tot ik dacht “Nu heet het zwemmen”.

Van huis uit werd ook het wielrennen wel eens beoefend. ´t Rondje “Pelle” (ca 3km) was ´n tijdje populair op een gewone fiets met een omgedraaid stuur. Met buurt kinderen, de krantenboer, en soms iemand uit het dorp. Om te winnen trachtte ik veelal de boel bij elkaar te houden en op de macht de eindsprint te winnen. Later blijkt dat je bij het fietsen snel door hebt wat elkaars sterke kanten zijn. Bij zo’n eindsprint sloeg me eens op volle snelheid het stuur dubbel en klapte ik met m’n kin vol op het grint wegdek…… dus toen was o.a. ….. de fiets kapot….

Tijdens en vanaf m´n diensttijd wel veel aan hardlopen gedaan. Alhoewel dit naar m´n fysiek gerekend niet zo logisch is. (Te) Zwaar ben ik vrijwel altijd geweest vanaf ´t geboorte (7,5 pond)  gewicht. Gedurende de diensttijd zelfs ´ns aan de Marinekampioenschappen deelgenomen op de 10 km cross country na een ongeplande nachtelijke oefening waarbij we 65 km hadden gelopen en niet geslapen.

In 1979 gestopt met voetballen. Tijdens een wedstrijd waarbij ik me naar eigen idee nog wel behoorlijk had gegeven vroeg ´n medespeler of ik de middencirkel nog uitgeweest was. Ik woog zo´n 130 kg en was natuurlijk niet zo beweeglijk. Blijkbaar heeft me dat aangegrepen want 3 maand later was ´t nog 95kg mede door veel hardlopen.. Ik heb nog een seizoen gevoetbald maar het hardloopvirus had me gegrepen en ´t voetballen ging qua blessure gevoeligheid niet samen daarmee. 

´n Knietje op je dij en je kunt weken niet lekker lopen. Dus na dat seizoen de voetbalschoenen doormidden gezaagd en in de container ermee.

Voor het hardloopwerk was ik natuurlijk nog veel te zwaar. Zeker voor de langere afstanden en meer nog in de bergen. Eens een keuring ondergaan bij de Amsterdamse fisio Richard Smith, eind 80-tiger jaren waarschijnlijk een vooraanstaand maar zeker ook commerciële gast. Hij keurde voor de organisatie van de Challengers Trophy waar we met een team van 4 aan zouden deelnemen. Waarschijnlijk tegen een vorstelijk honorarium. Maar goed het was “verplicht”. Een der eindconclusies was dat m’n gewicht niet paste bij een sport waarbij je veel moest hardlopen…. .

‘t Eerste evenement was de halve marathon van Warnsveld op een gloeiend hete september dag.

Swiss Alpine Marathon K78. 26 juli 2003

42.192 meter door de Zwitserse bergen van Bergun naar Davos.

Prachtig langs de gletschers, hoog in de Zwitserse bergen. Natuurlijk spijtig dat juist die gletschers zich smeltend terugtrekken. Samen met Anton Wuestman uit Vierakker deze uitdaging aangegaan. Ik wist dat ik een maand daarna met Ernst nog een Marathon op het programma had. De Jungfrau voor de 3e keer. Maar een Jungfrau is dat om ‘t even.

Ina was ‘s avonds slecht te pas. Alhoewel ik nog wel opportunistisch suggereerde of ze wellicht weer in verwachting was.

Hoge en wijdse bergen.
De route.
Anton op de rug gezien, eenzame strijder alhier. Na dit valsplat, aan het eind linksom en daar begonnen de Hm’s.
Toch wel redelijk uitgewoond over de streep vastgelegd met een foto van de organisatie. Psja….. de eindtijd.

Met de trein terug van Davos naar Filisur. ‘n ritje van een uur. ‘t Eerste gedeelte met ‘n Arts uit Nederland die ook de hele had gelopen. Hij was nogal boos op mij dat ik ‘n fout shirtje had verworven en wellicht nog erger ook had aangetrokken.

Nadat we weer terug waren in Bergün met Ina & Anton gezellig in een lokaal restaurantje in Filisur ‘n biertje gedronken en getoast op de prestaties en wellicht ook op de gezegende toestand van Ina. Achteraf bleek dat ze niet misselijk was van de de bochtjes, m’n Alpine rijstijl of de appelmoes. Nee de 5e diende zich aan. 

‘s Avonds terug in Filisur in het Hotel. Nog een biertje besteld, op het terras, ‘t nummer van Ernst gedraaid en hem op de hoogte gesteld van de ervaringen van die dag. ‘t Was weer een fikse trainingsdag. Ja ik heb een marathon gelopen in Zwitserland….de Swiss Alpine.