Geschiedenis van de marathon

De oorsprong van de marathon ligt in het jaar 490 v.Chr., toen de Griekse soldaat Phidippides van Marathon naar Athene gesneld zou zijn om het nieuws van de overwinning van de Atheners (onder leiding van generaal Miltiades) op de numeriek veel sterkere Perzen te melden. Dat gebeurde toen Darius koning was over de Meden en de Perzen. Pheidippides legde echter de afstand tussen Athene en Sparta af om hulp te vragen aan de Spartanen. Toen deze weigerden liep de bode terug naar Athene en in een ruk naar Marathon. Bij de uiteindelijke overwinning liep hij terug naar Athene.

De geschiedenis vermeldt wel dat deze laatste tocht, van Marathon naar Athene (eerste marathon) een dodelijke afloop had: na het uitbrengen van de woorden “Verheug u, wij hebben gewonnen!” in het centrum van Athene, viel de boodschapper dood neer; hij bleek een zonnesteek te hebben opgelopen. Over de waarheid van dit verhaal valt nog te twisten, een aantal historici beweert dat deze marathon nooit gelopen is.

De Franse filoloog Michel Bréal opperde al in 1896 de marathon in het programma van de eerste Olympische Spelen op te nemen. Die spelen werden in Griekenland gehouden. Bréal pleitte voor een marathon tussen Marathon en Athene, maar bij een test vooraf bleek de uiteindelijk te lopen afstand wel erg lang: 48 km. Voor de wedstrijd werd een wat kortere afstand bepaald.

De officiële afstand van de marathon zoals die tot heden geldt, werd pas vastgesteld bij de derde Olympische Spelen, die van 1908 in Londen. De afstand kwam enigszins overeen met die van de eerste Griekse marathon: 42 km en 195 meter, de afstand tussen de meet op het terrein voor Windsor Castle tot de finishlijn die precies voor de koninklijke tribune in het White City Stadion in West-Londen was uitgezet.

‘n Marathon voor mij….

De marathon vergt bijzonder veel van het fysieke uithoudingsvermogen. De marathon-elite, die de afstand in 2u.04 min. kan lopen, loopt met een gemiddelde snelheid van ca. 20 km per uur. Een goed getrainde atleet kan normaal gesproken slechts enkele malen per jaar een hele wedstrijdmarathon op snelheid uitlopen, omdat het lichaam tijd nodig heeft om te herstellen. Duurloop, snelheidstraining, krachttraining, een uitgebalanceerd voedingsschema (onder meer koolhydraten) en een ijzeren motivatie zijn enkele ingrediënten die het goed volbrengen van een marathon mogelijk maken.

Als je echter de marathon op “reserve” loopt dus op ca 80% van je max. snelheid dan kun je er wel meer lopen. Bij een beperkt aantal km/week en specifieke overige training kun je er verantwoord wel elke 2 weken een lopen.

42.195 meter te voet zo snel mogelijk overbruggen. Monotoon op het vlakke, uitdagend bergop.  Ook op het vlakke is er onderscheid. 105 rondjes op een sintelbaan is weer anders dan 100 ronden bij de Voshaar in Eibergen of over de Afsluitdijk en bijna weer terug.

Origineel de afstand van ‘t plaatsje Marathon naar Athene in Griekenland.

Een helle tocht. Elke marathon, ongeacht de kwaliteit van de voorbereiding, vergt het veel en wellicht wel bijna het uiterste van de fysieke en mentale mogelijkheden. Immers zodra je gestart bent moet je het doen met de voorbereiding die er geweest is met plussen en minnen en dan ga je zo diep het er in zit.  Alhoewel je met het de uitspraak “uiterste” voorzichtig moet zijn. Je bent uiteindelijk tot veel meer in staat dan normaal gesproken verwacht mag worden.  B.v. onder extreme omstandigheden zou je na de finish nog wel zo’n inspanning kunnen doen!!!!! ????

Vanaf m´n prilste voetbaljeugd, eerder dan 10 jaar mocht je niet beginnen, had ´t voetballen steeds de voorkeur boven andere sporten. 

Voor zwemmen of wateractiviteiten was ik ook te vinden. Zwemles zat niet in ‘t  opvoedingspakket, maar ik heb de kunst, mezelf, zo goed en kwaad als het ging, eigen gemaakt.

Van huis uit werd ook het wielrennen wel eens beoefend. ´t Rondje “Pelle” was ´n tijdje populair op een gewone fiets met een omgedraaid stuur. Om te winnen trachtte ik veelal de boel bij elkaar te houden en op de macht de eindsprint te winnen. Later blijkt dat je bij het fietsen snel door hebt wat elkaars sterke kanten zijn.

Tijdens en vanaf m´n diensttijd wel veel aan hardlopen gedaan. Alhoewel dit naar m´n fysiek gerekend niet zo logisch is. (Te) Zwaar ben ik vrijwel altijd geweest vanaf ´t geboorte (7,5 pond)  gewicht. Gedurende de Mariniers diensttijd zelfs ´ns aan de Marinekampioenschappen deelgenomen op de 10 km cross country na een nachtelijke oefening waarbij we 65 km hadden gelopen en niet geslapen. Ja zo’n oefening wordt natuurlijk niet door de drill sergeants aangekondigd en voor het kampioenschap moet je je wel aanmelden

In 1989 gestopt met voetballen. Tijdens een wedstrijd waarbij ik me naar eigen idee nog wel behoorlijk had gegeven vroeg ´n medespeler of ik de middencirkel nog uitgeweest was. Ik woog zo´n 130 kg en was natuurlijk niet zo beweeglijk. Blijkbaar heeft me dat aangegrepen want 3 maand later was ´t nog 95kg mede door veel hardlopen.. Ik heb nog een seizoen gevoetbald maar het hardloopvirus had me gegrepen en ´t voetballen ging qua blessure gevoeligheid niet samen daarmee. 

´n Knietje op je dij en je kunt weken niet lekker lopen. Dus na dat seizoen de voetbalschoenen doormidden gezaagd en in de container ermee.

‘t Eerste evenement was de halve marathon van Warnsveld op een gloeiend hete september dag.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.